Carol B.
5/5
Als een van die figuren had hij de buildrager voorzien. De definitieve grote versie van dat beeld dateert uit 1905. Voordien echter had de kunstenaar reeds geruime tijd met dat thema gewerkt : zowel in tekeningen en reliefs als in losstaande figuren. In 1885 ziet men inderdaad reeds de buste van een buildrager tentoongesteld te Brussel en in 1890 te Parijs een klein bronzen beeld 'Buildrager' getiteld, dat door de kritiek zeer lovend werd onthaald.
Het is de figuur van een jonge arbeider, in een pauzerende houding met de linkerhand op de heup, de rechterarm en -hand in de zij gestut, tot steun van de last die op het bovenlichaam moet rusten. Het hoofd met dragerskap, is in een licht zijwaartse, zelfbewuste beweging opgeheven en het gelaat met tamelijk diepliggende ietwat starre ogen verraadt in zijn trekken de diepere psychologie van een sociaal gedetermineerd mens.
Het is op eerder toevallige wijze dat Constantin Meunier reeds in zijn prilste jeugd met het kunstenaarsmilieu in aanraking is gekomen. Door het vroege afsterven van zijn vader, Meunier was twee jaar oud, werd zijn moeder genoodzaakt in het onderhoud van haar gezin te voorzien. Zij had een familiepension waar kunstenaars logeerden, wat de aanleg van Meunier zonder twijfel sterk heeft beinvloed.
Op zestienjarige leeftijd ging Constantin Meunier in de beeldhouwklas van de Brusselse Academie in de leer, doch eens twintig geworden, verkoos hij de schilderkunst boven het beeldhouwen. Dertig jaar lang zou de kunstenaar in die richting blijven doorwerken : was het de intuitie van een geleidelijk te veroveren meesterschap, zowel technisch als menselijk ?
Meunier verklaart over zichzelf in een brief aan een van zijn vrienden : 'op vijftigjarige leeftijd voelde ik in mij ongekende krachten, als een tweede jeugd, en ik ging opnieuw aan de arbeid'. Even voor hij die leeftijd bereikte, werd hij met het Luikse industriegebied in aanraking gebracht. Hij was er aangegrepen geworden door de tragische schoonheid van het stugge arbeidsleven. Hij kwam tot de bevinding dat hem een nieuw levenswerk wachtte.
Niet onmiddellijk is het de kunstenaar duidelijk geweest langs welke weg dit kon leiden, maar na enkele jaren, hij was toen vierenvijftig, kwam de resolute doorbraak van de beeldhouwkunst in zijn oeuvre.
Hoogovens, mijnstreken, glasblazerijen, de Antwerpse haven, plaatsen waar de arbeider in de sociale ellende van het einde der vorige eeuw werd aangetroffen, werden voortaan herhaaldelijk door Meunier bezocht. Los van deze sociale achtergrond als inspiratiebron kan het ceuvre van de beeldhouwer niet gegroeid zijn en ook niet verklaard worden. Het lijdt geen twijfel dat de plastische kwaliteiten van die taferelen de kunstenaar intens hebben aangesproken, wat eveneens zijn terugkeer tot de beeldhouwkunst rechtvaardigt.
Daarnaast staat de grenzeloze bewondering van Meunier voor de kunst der Grieken, waarin schoonheidsideaal en levensechtheid hem begeesteren. Dat is een ander element dat bij de beschouwing van zijn werk niet uit het oog mag worden verloren. Zo zal het olympisch athletisme de arbeider van Constantin Meunier ten grondslag liggen, en in zekere zin het ontkomen aan een dogmatiserende filosofie van de arbeidersklasse mogelijk hebben gemaakt. Want, hoewel ingegeven door de pathos van ellende en proletariaat, reikt zijn oeuvre verder dan loutere allegorie of symboliek.
Men zou de kunst van Meunier een samensmelting van Germaanse romantiek met het klassieke ideaal van de Zuiderse schoonheid kunnen noemen. En meteen had de Belgische beeldhouwkunst een nieuwe impuls gekregen. De invloed van Meunier bleef echter niet binnen onze landsgrenzen beperkt. Vooral in Duitsland, maar ook in Frankrijk en Nederland werd die vernieuwde kunstvorm gewaardeerd. Zijn verdienste was het immers de juiste plastische vorm aan het prototype van de landman, de mijnwerker, de haven- of fabrieksarbeider te verlenen. Dit dubbel aspect van de kunst van Meunier heeft het mogelijk gemaakt zijn oeuvre bij leek en kunstkenner te doen appreciëren.